
Het ministerie van Landbouw (LNV) worstelt met het opstellen van een dierenwelzijnsindex Deze index moet laten zien in welke mate dieren een diervriendelijk bestaan hebben geleid voordat ze een lapje vlees worden. ”Om het welzijn van dieren te verbeteren, moet je betrouwbaar kunnen meten”, aldus LNV in de Kennisflits Dierenwelzijn december 2007. Daarom heeft het ministerie opdracht gegeven een dierenwelzijnindex op te stellen. Maar de betrokken partijen lijken niet op een lijn te krijgen, omdat ze allemaal andere belangen hebben. Zo zien consumentenorganisaties vooral heil in het informeren van de consument, denken dierenbeschermingsorganisaties aan het welzijn van het beest en handelaren en consumenten aan hun portemonnee.
Volgens het ministerie is iedereen in Nederland het erover eens dat er aan het welzijn van productiedieren nog veel te verbeteren valt en dat vaststaat dat de wettelijke minima ”geen bevredigende situatie garanderen”. De dierenwelzijnindex moet daar verandering in brengen. Wie de index moet gaan beheren staat ook nog niet vast. Dat kan een bestaande of nieuw op te richten organisatie worden. Gedacht wordt aan zoiets als de onafhankelijke Stichting Milieukeur.
In landen als Engeland en Zwitserland bestaan in supermarkten al diervriendelijke huismerken. Volgens de onderzoekers blijkt hieruit dat handel en dierenwelzijn best samen kunnen gaan.

De Stichting Maatschappelijk Bewust Varkensvlees onderschrijft het instellen van een onafhankelijk orgaan om dierenwelzijn te meten. In de varkenshouderij wordt al geruime tijd een zogeheten dierenwelzijnsmeetlat gehanteerd. Dit gebeurt vanuit een veel breder oogpunt dan dat van de varkenshouders alléén. Wij zullen ons ook inspannen om ‘ons’ varkensvlees een zo hoog mogelijke score te laten behalen. Het nog langer laten voortduren van praktijken zoals couperen en castreren past nadrukkelijk niet in dit streven, want dit staat een hoge score in de weg.

(Uit een bewerkte inleiding van rapport van het LEI over de dierenwelzijnindex, september 2008)
De roep om het dierenwelzijn in de veehouderij te verbeteren, klinkt de laatste jaren steeds luider in de Nederlandse samenleving. De lijn die het kabinet in antwoord daarop volgt, is uitgewerkt in de Nota Dierenwelzijn. Hierin zijn onder andere de doelstellingen opgenomen dat dieren in de (vee)houderij in principe zichtbaar moeten zijn voor burgers en dat: ’Consumenten beschikken over voldoende kennis, informatie en ondersteuning om in redelijkheid een afweging te kunnen maken bij hun aankoop van dierlijke producten wat dierenwelzijn betreft.’ Nederland sluit hierbij aan bij het Europese actieplan van januari 2006 ter bevordering van dierenwelzijn. Het Europese beleid is gericht op twee sporen. Enerzijds wil men onverminderd vasthouden aan regelgeving om het algemene basisniveau te garanderen en te verhogen en aanvullend wil men een marktspoor volgen om voor bepaalde onderwerpen een extra slag te kunnen maken. Het marktspoor kan de regelgeving daarbij niet vervangen, wel aanvullen. (LNV 2007, p. 7).
De ontwikkeling van een dierenwelzijnmonitor helpt de gewenste transparantie te creëren omdat het inzicht geeft in wat dierenwelzijn precies is en dus ook wat het niveau van dierenwelzijn is in bepaalde sectoren die aan de basis liggen van bepaalde productstromen. De ontwikkeling van de dierenwelzijnmonitor is daarom de laatste jaren een belangrijke peiler geweest in het dierenwelzijnbeleid van het ministerie van LNV De welzijnmonitor gaat zoveel mogelijk uit van het intrinsieke welzijn van het dier. Dat wordt gemeten aan de hand van verschillende principiële vragen, zoals: Worden de dieren goed gevoed en voorzien van water? Worden de dieren correct gehuisvest? Zijn de dieren gezond? Is het gedrag van de dieren een weergave van een geoptimaliseerd emotioneel welzijn? Het gecombineerde antwoord op deze vragen geeft een zo realistisch mogelijke inschatting van het welzijn; de zogenaamde dierenwelzijnindex. Alle informatie kan getraceerd worden naar individuele maatregelen. Daarmee kunnen bijvoorbeeld ook veehouders en slachterijen in staat worden gesteld de resultaten van de individuele maatregelen te gebruiken om sterktes en zwaktes in hun stalsystemen en management vast te stellen. De ontwikkeling van de dierenwelzijnmonitor gebeurt vooral op Europees niveau binnen het Welfare Qualityproject . Daar aan gekoppeld wordt ook binnen het door LNV ondersteunde onderzoek gewerkt aan de dierenwelzijnmonitor.
Bron |
Alle gegevens onder voorbehoud van typefouten Stichting Maatschappelijk Bewuster Varkensvlees. | |